Nieuw hier? Begin met de meest gelezen tips Begin hier
stekkerUit

Groene stroom: wat staat er eigenlijk op het stroometiket?

1 juli 2026·Door Femke Kuipers·3 min leestijd
Groene stroom: wat staat er eigenlijk op het stroometiket?

Jarenlang dacht ik dat we groene stroom hadden, omdat dat op de factuur stond. Pas toen ik een keer het stroometiket van onze leverancier opzocht, zag ik dat het grootste deel uit Noorse waterkrachtcentrales kwam, op papier dan.

Dat is niet verboden en ook niet per se slecht, maar het was niet wat ik voor ogen had. In dit stuk leg ik uit hoe zo’n etiket werkt en waar je op kunt letten als je wilt dat je stroom echt uit Nederlandse wind en zon komt.

Wat er op een stroometiket staat

Elke energieleverancier moet jaarlijks een stroometiket publiceren. Daarop zie je uit welke bronnen de geleverde stroom van het afgelopen jaar kwam: wind, zon, water, biomassa, aardgas, kolen of kernenergie. Er staat ook bij uit welk land de groene stroom komt, hoeveel CO2 er per kWh vrijkwam en hoeveel radioactief afval. De ACM houdt toezicht op die etiketten.

Belangrijk om te weten: de stroom uit je stopcontact is voor iedereen in je straat dezelfde. Wat de buren en wij binnenkrijgen, komt van hetzelfde net. Het etiket gaat over wat de leverancier voor jou inkoopt, en dat werkt met garanties van oorsprong. Voor elke 1.000 kWh groene stroom die ergens wordt opgewekt, komt er een certificaat. Een leverancier kan gewone stroom inkopen en daar los zulke certificaten bij kopen. Die van bestaande Noorse waterkrachtcentrales waren lange tijd ruim beschikbaar en goedkoop. Zo wordt stroom groen op papier, terwijl er in Nederland geen windmolen bij komt. In de krant heette dat een tijdlang ‘sjoemelstroom’.

Waar ik nu op let

  • Het land van herkomst. Ik wil dat de certificaten uit Nederland komen, van windparken en zonnedaken hier.
  • Het product en de hele leverancier. Op veel etiketten staan twee mixen: die van het product dat je koopt en die van alles wat de leverancier verkoopt. Een groen product bij een leverancier die verder veel grijze stroom levert, vind ik minder overtuigend.
  • Waar de leverancier inkoopt. Koopt hij rechtstreeks bij bekende producenten, of alleen certificaten op de markt? Daar was ik vorig jaar naar op zoek, toen ik een kleine groene leverancier koos.
  • Het jaartal. Het etiket gaat altijd over het jaar ervoor. Het etiket over 2025 vond ik dit voorjaar op de site van onze nieuwe leverancier. Daarop kwam vrijwel alles uit Nederlandse wind en zon, met wind als grootste deel.

En onze eigen panelen?

De groenste kilowattuur is die van ons eigen dak die we meteen zelf gebruiken. In 2025 wekten onze acht panelen 2.870 kWh op. Daarvan gebruikten we er 910 direct, 32 procent. De andere 1.960 kWh gingen het net op, en in de avond en de winter haalden we stroom terug. In december 2025 leverden de panelen samen 58 kWh, voor de hele maand.

Juist in die donkere maanden doet het etiket ertoe, want dan komt bijna alles wat we gebruiken van het net. Als ik op een januariavond om zeven uur kook, draait onze inductieplaat op dezelfde Nederlandse mix als die van de buren, wat er ook op mijn etiket staat. Dat maakt het etiket niet zinloos. Het verandert niet wat er door de draad komt, wel waar ons geld naartoe gaat. En dat is bij een rekening van ruim honderd euro per maand niet niks.

Lotte vroeg toen ik dit schreef of onze stroom nu ‘van een Noorse waterval of van een Nederlandse molen’ kwam. Van allebei een beetje, zei ik, en ’s middags vooral van ons eigen dak. Dat vond ze het mooiste antwoord.

Geplaatst in: Duurzaam wonen

Reacties zijn gesloten.

Femke Kuipers

Geschreven door Femke Kuipers

Doktersassistente, moeder van twee en sinds de energiecrisis van 2022 fanatiek meteropnemer in een rijtjeshuis uit 1978 in Apeldoorn. Lees meer over mij →

Gerelateerde berichten