Op 1 februari 2026 stapten we over op een dynamisch energiecontract. Dat betekent dat de stroomprijs elk uur anders is, en de gasprijs elke dag. Ik was benieuwd, Jeroen was sceptisch. Zes maanden later hebben we genoeg cijfers om eerlijk te zeggen hoe het bevalt.
Hieronder per maand wat we betaalden, wat we met ons oude vaste contract zouden hebben betaald, en de dag waarop ik schrok van de prijs.
De rekening per maand
De bedragen zijn de totale kosten voor stroom en gas samen: leveringskosten, netbeheer, belastingen en de belastingkorting naar rato, na saldering. Voor het oude contract heb ik dezelfde meterstanden doorgerekend met onze oude vaste tarieven: € 0,268 per kWh, € 1,36 per m³ en ongeveer € 7 per maand per product aan vaste leveringskosten.
| Maand | Dynamisch (betaald) | Oud vast contract (berekend) | Verschil |
|---|---|---|---|
| Februari | € 176 | € 192 | − € 16 |
| Maart | € 148 | € 163 | − € 15 |
| April | € 112 | € 125 | − € 13 |
| Mei | € 89 | € 101 | − € 12 |
| Juni | € 84 | € 95 | − € 11 |
| Juli | € 86 | € 96 | − € 10 |
| Totaal | € 695 | € 772 | − € 77 |
Dat is ongeveer 10 procent minder. Mooi, maar ik wil er twee kanttekeningen bij zetten. Een nieuw vast contract van dit jaar had andere tarieven gehad dan ons oude, dus dit is een vergelijking met wat we kenden, niet met wat er te koop was. En de winter zit er nog niet in. Februari is de enige echte wintermaand in dit rijtje.
De dag waarop ik schrok
Het was een dinsdag half februari, koud en windstil. Ik kwam om kwart over zes thuis, Jeroen had de dinsdagsoep op het vuur staan, de droger draaide met handdoeken en de app liet tussen 18.00 en 19.00 uur een stroomprijs zien van € 0,48 per kWh. Ik heb het scherm aan Jeroen laten zien en hij zei alleen: ‘Zie je wel.’
Toen ik het later narekende, viel het mee. Dat uur gebruikten we, met droger en al, ongeveer twee kilowattuur, en de hele avond kostte ons misschien een euro meer dan op een gewone dag. De droger draait sindsdien nooit meer om zes uur. Schrikken van een hoge prijs is iets anders dan veel betalen. Het omgekeerde zagen we in april en mei: op een paar zonnige weekendmiddagen was de prijs negatief. Hoe dat werkt, schreef ik in negatieve stroomprijzen.
Wat we anders zijn gaan doen
- De vaatwasser en de wasmachine draaien zoveel mogelijk op het goedkoopste uur met de uitgestelde start.
- Op winteravonden zetten we tussen 17.00 en 20.00 uur geen zware apparaten aan als het kan wachten.
- Ik kijk elke middag even naar de prijzen voor morgen. Dat kost me een minuut.
- Het voorschot hebben we op € 150 gelaten. We betaalden dus € 900 en verbruikten voor € 695. Dat verschil is bewust een buffer voor november tot en met januari.
Jeroen kijkt inmiddels zelf of de vaatwasser kan wachten, en dat vind ik misschien wel de grootste winst van dit halfjaar. Zijn oordeel tot nu toe: ‘Valt mee.’ Van hem is dat een compliment. De echte test komt deze winter, met de gasprijs per dag. Daar kom ik in het najaar op terug.




