Zondag 19 april, kwart voor één. Ik keek in de app van onze leverancier en zag iets wat ik nog niet eerder had gezien: een minteken voor de stroomprijs van het volgende uur. ‘Jeroen, we krijgen geld als we gaan wassen.’ Hij keek op van de krant. ‘Echt?’ Ik keek nog een keer. ‘Nou ja. Bijna.’
Sinds 1 februari hebben we een dynamisch contract, met een andere stroomprijs voor elk uur. In april en mei zakte die prijs op een paar zonnige weekendmiddagen onder nul. Dat klinkt als gratis geld. Zo simpel is het niet.
Hoe een prijs onder nul kan zakken
Op een zonnige zondag met een beetje wind leveren alle zonnedaken en windparken tegelijk veel stroom, terwijl fabrieken en kantoren dicht zijn. Sommige centrales kun je niet even uitzetten, en sommige producenten blijven leveren omdat ze per geproduceerde kWh subsidie of een vaste vergoeding krijgen. Op de stroombeurs zakt de prijs voor dat uur dan onder nul: wie stroom kwijt wil, moet betalen.
Met een dynamisch contract betaal je die beursprijs, maar daar komen de inkoopvergoeding van de leverancier, de energiebelasting en de btw nog bij. En die belasting gaat gewoon door. Een beursprijs van min drie cent betekende voor ons dus nog steeds een prijs van rond de tien cent per kWh. Alleen op twee zondagen, 19 april en 3 mei, zakte de beursprijs zo diep dat ook ons bedrag inclusief alles heel even net onder nul kwam.
Wat wij er die middagen mee deden
- Twee wassen gedraaid: alle beddengoed en de voetbalspullen van Daan.
- De vaatwasser om één uur aangezet in plaats van na het eten.
- De condensdroger gebruikt voor de handdoeken. Die is bij ons bijna met pensioen, maar mocht nu een keer.
- Alles opgeladen wat een stekker heeft. Daan speelde een middag op zijn spelcomputer ‘op kosten van het net’, zoals hij het trots noemde.
Tussen twaalf en vier uur gebruikten we 7,5 kWh. Maar in die uren leverden onze acht panelen er zelf al ruim 9. Bijna alles wat we draaiden, kwam dus gewoon van ons eigen dak. Het enige wat er echt veranderde, was dat we minder terugleverden.
Wat het opleverde, en waarom panelen dan uit kunnen
Onze leverancier rekent bij teruglevering ook met de uurprijs. Lever je terug als die prijs negatief is, dan betaal je dus voor elke kWh die je het net op stuurt. Door die middag zelf meer te gebruiken, leverden we zo’n 5 kWh minder terug op een moment dat dat geld kostte. Jeroen rekende het uit op de achterkant van een envelop en kwam op 31 cent.
Daarom zie je mensen hun panelen op zulke momenten uitzetten. Voor ons is dat dit jaar nog niet slim, zoals ik het begrijp. Tot en met 31 december 2026 geldt de salderingsregeling nog. Elke kWh die we terugleveren, wordt weggestreept tegen een kWh die we ’s avonds gebruiken, en daarmee besparen we op de energiebelasting. Dat is meer waard dan de paar cent die we op een negatief uur betalen. Over de kosten van terugleveren schreef ik eerder in terugleverkosten uitgelegd.
Na 2026 verandert dat. Dan kan het lonen om bij een flink negatieve prijs de omvormer te laten terugschakelen of de panelen even uit te zetten. In de app van onze omvormer heb ik de instelling gevonden, al heb ik hem nog niet gebruikt. Lees wel altijd de voorwaarden van je eigen leverancier, want niet iedereen rekent hetzelfde.
Betaald krijgen om te wassen is dus vooral een mooie kop boven een stukje. Toch vond ik het een bijzonder gevoel, die zondag: zoveel zon dat het net het niet meer op kan. De handdoeken waren in elk geval nog nooit zo zacht.




