Eerlijk is eerlijk: niet alles in ons leven draait om de meterkast. Als het in oktober eindelijk koud genoeg is om de verwarming te willen aanzetten, trekken wij op zondag liever de wandelschoenen aan. Het voordeel van Apeldoorn is dat je binnen tien minuten fietsen tussen de beuken staat.
Daan is twaalf en vindt wandelen ‘saai’, tenzij er een heuvel is om af te rennen. Lotte is negen en verzamelt eikels tot haar jaszakken scheuren. Deze vijf routes werken voor allebei, en voor ons ook.
Dicht bij huis: Berg en Bos en het Orderbos
1. Park Berg en Bos. Onze vaste zondagochtend als we weinig tijd hebben. We fietsen erheen, zetten de fietsen bij de ingang en lopen een rondje van een kilometer of vier. De paden gaan op en neer, en dat is precies genoeg voor Daan. In de herfst kleurt het park rood en geel, en bij de vijver zitten altijd eenden die Lotte met naam en toenaam kent. De Apenheul ligt in hetzelfde park, maar die slaan we in de herfst over.
2. Het Orderbos. Ook aan de rand van de stad, maar veel rustiger. Hier staan grote eiken en beuken, en in oktober ligt de grond bezaaid met eikels en beukennootjes. Voor Lotte is dit het walhalla. We hebben een vaste regel ingevoerd: één zak per wandeling. Vorig jaar vond ik in november nog eikels in de wasmachine.
Verder de Veluwe op
3. Kroondomein Het Loo. Een groot bosgebied met lange lanen en heel veel stilte. Met een beetje geluk zie je herten of wilde zwijnen, vooral vroeg in de ochtend. In de bronsttijd zijn sommige delen afgesloten, dus kijk even op de borden en blijf op de paden. Wij lopen hier meestal een kilometer of zes, en Daan wil dan elke keer weten hoe ver het nog is.
4. Rond Hoog Soeren. Het dorpje ligt midden in het bos, en de omgeving is heuvelachtiger dan je van Nederland verwacht. Dit is Daans favoriet, omdat hij hier echt kan rennen. Het is ook de route waar ik zelf het meest van geniet: de stilte, de geur van dennennaalden en een thermoskan thee op een boomstam.
5. Radio Kootwijk. Het oude zendgebouw staat midden op de Veluwe, en eromheen ligt het Kootwijkerzand. In de zomer is het er heet, maar in oktober is het perfect. De kinderen rollen van de zandheuvels, Lotte zoekt stenen en ik kijk naar de lucht, die hier veel groter lijkt dan thuis. Hier gaan we met de Yaris heen; het is de enige route waarvoor fietsen voor de kinderen te ver is.
Wat er in de rugzak gaat
- Een thermoskan thee voor ons, warme chocolademelk voor de kinderen.
- Boterhammen en een appel. Onderweg iets kopen doen we zelden; dat scheelt geld en gezeur.
- Droge sokken in de auto of fietstas. Na het Kootwijkerzand zit er altijd zand in alles.
- Een stoffen tasje voor Lottes eikels, zodat haar jaszakken het nog een seizoen volhouden.
Voor we de deur uitgaan, zetten we de thermostaat lager. Een halve dag weg is een halve dag niet stoken, en het huis is na de isolatie van het afgelopen jaar zo weer warm. Meer heb je er niet voor nodig.
Deze zomer schreef ik al over goedkope uitjes rond Apeldoorn. De herfst is eigenlijk nog mooier. Het bos is gratis, de lucht is fris en we komen thuis met rode wangen en een zak eikels. En met een zoon die zegt dat het ‘wel oké was’. Dat is bij Daan een vijfsterrenrecensie.




