Zaterdag 6 december, de ochtend na pakjesavond, kwam de doos met kerstspullen van zolder. Lotte stond onder aan de vlizotrap met uitgestoken armen, ik gaf aan. Bovenop lag een snoer dat ik niet meteen herkende: een oude slinger met veertig gloeilampjes, ooit meegenomen uit het huis van mijn ouders in Zwolle.
Voordat hij in de boom ging, ging hij in de meetstekker. De rest van onze lichtjes ook.
Wat onze lichtjes verbruiken
Ik heb elk snoer een paar minuten aan de meetstekker gehangen en uitgerekend wat het kost als het van 6 december tot en met 9 januari elke dag zes uur brandt. Dat is 35 dagen, met ons tarief van € 0,268 per kWh.
| Lichtje | Vermogen | Per seizoen | Kosten |
|---|---|---|---|
| Ledslinger in de kerstboom, 200 lampjes | 3,8 W | 0,8 kWh | € 0,21 |
| Ledslinger buiten in de voortuin | 5,2 W | 1,1 kWh | € 0,29 |
| Ster voor het raam | 2,1 W | 0,4 kWh | € 0,12 |
| Oude slinger met gloeilampjes | 31 W | 6,5 kWh | € 1,74 |
De ledlichtjes samen kosten dus zo’n zestig cent voor het hele seizoen. In december gebruiken we op een gewone dag 11 tot 12 kWh, en alle ledlichtjes samen zijn daar nog geen procent van. De oude slinger verbruikt in zijn eentje bijna drie keer zoveel als al onze ledlichtjes bij elkaar. Ook dat is geen fortuin, maar gloeilampjes worden heet, en dat vind ik tussen droge naalden niet prettig. Na één avondje nostalgie is hij teruggegaan naar zolder.
Op de grijze dagen van vorige week leverden onze acht zonnepanelen samen nog geen halve kilowattuur per dag. De lichtjes draaien in december dus gewoon op stroom van het net.
De echte stroomvreter: batterijen
De verrassing zat in iets wat niet eens aan het stopcontact hangt. Op tafel staat een glazen pot met een snoertje lampjes op batterijen. Dat gaat ongeveer drie weken mee op drie AA-batterijen, dus op een seizoen zijn dat er zes, samen rond de € 3. In die zes batterijen zit ongeveer 0,02 kWh aan energie. Per kWh betaal je dan ruim € 150, meer dan vijfhonderd keer zoveel als voor stroom uit het stopcontact.
Dit jaar zitten er oplaadbare batterijen in die we al in huis hadden, en het potje gaat alleen aan als we aan tafel zitten.
Tijdschakelaars en één echte kaars
Het grootste verschil zit niet in het lampje, maar in het aantal uren. De boom en de ster hangen aan twee simpele tijdschakelaars die al jaren in de la lagen: aan om half vijf, uit om half elf. Zo branden ze niet de hele nacht omdat iemand vergat ze uit te doen. Lotte, onze lampen-uit-politie, vond dat eerst jammer, want ze deed ze graag zelf uit. Nu controleert ze elke avond of de schakelaar het wel doet. De slinger buiten, in de struiken van de voortuin waar sinds dit voorjaar geen tegels meer liggen, heeft een ingebouwde timer van zes uur.
En dan de kaars. Tijdens het eten brandt er één echte kaars op tafel. Die kost geen stroom, maar wel wat schone lucht, want een kaars geeft fijnstof af. Hij gaat dus uit als we van tafel gaan, en daarna zet ik even een raam op een kier. Een kleine moeite voor het gezelligste licht van december.
Onze kerstboom is trouwens een kleine spar in een pot, die de rest van het jaar in de achtertuin staat. Dit is zijn derde kerst bij ons. Hij wordt elk jaar een stukje groter, en de slinger elk jaar een stukje te kort. Daar heb ik nog geen meetstekker voor gevonden.




