‘Ik ga echt niet bij negentien graden zitten, Femke.’ Mijn moeder zei het nog voordat ik mijn jas uit had. Ze is 72, woont alleen in een rijtjeshuis uit de jaren zestig in Zwolle, en ze kent haar dochter.
Sinds mijn vader in 2019 overleed, doet ze alles in dat huis zelf. Het is het huis waar ik ben opgegroeid: dubbel glas uit de jaren tachtig, een spouwmuur die nooit is gevuld en een cv-ketel van een jaar of veertien oud. Ze stookt bijna 1.400 m³ gas per jaar. Dat is meer dan wij met z’n vieren. Toen ik dat getal op haar jaarafrekening zag, heb ik voorgesteld om samen eens te kijken. Ze zei ja, op voorwaarde dat zij zou beslissen.
Wat we samen aanpakten
Op een zaterdag in april reden Jeroen en ik naar Zwolle, met een doos spullen achterin de Yaris. Het was eigenlijk een kleine versie van ons eigen klusweekend tegen tocht:
- Tochtstrips rond de voordeur en de achterdeur, en een borstel in de brievenbus. In haar gang tochtte het zo dat de kaarsen op het kastje schuin brandden.
- Radiatorfolie achter de drie radiatoren tegen de buitenmuren.
- Een deurgordijn voor de voordeur. De stof koos ze zelf, bordeauxrood, ‘dan heb ik er tenminste plezier van’.
- Vijf halogeenspotjes in de keuken vervangen door ledlampen.
- De klokthermostaat opnieuw ingesteld. Die stond van zeven uur ’s ochtends tot half twaalf ’s avonds op 21 °C, ook als ze de hele dag bij een vriendin zat. Nu gaat hij ’s nachts naar 16 °C.
Samen kostte het ongeveer 85 euro aan materiaal. Ze wilde het per se zelf betalen, en daar ga ik niet tegenin.
Wat ze weigerde
De thermostaat overdag lager dan 20,5 °C: nee. Ze heeft het altijd koud, en nu weet ik ook van wie ik dat heb.
De spouwmuur laten vullen: ‘al die gaten in mijn muur, en dan die mannen in mijn tuin’. Ik heb ons verhaal verteld, de halve dag en het weinige stof. Ze zou erover nadenken. Ik weet wat dat betekent.
Inductie: ‘Ik kook al vijftig jaar op gas.’ Daar heb ik niet eens over doorgezeurd. Voor koken gaat het om een paar tientjes gas per jaar, het grote geld zit in de verwarming.
Zonnepanelen: ‘Dat maak ik niet meer mee.’ Een terugverdientijd van zeven, acht jaar klinkt voor mij als een redelijke termijn. Op je 72e voelt dat blijkbaar anders, en met het einde van de salderingsregeling in 2027 is het sommetje ook minder simpel geworden.
En een dynamisch contract met een app: geen sprake van. Ze wil een vast bedrag en een brief op de mat.
Waarom dat ook prima is
Ik heb onderweg terug naar Apeldoorn een kwartier zitten mokken. Jeroen liet me even. Toen zei hij: ‘Het is haar huis.’ Hij had gelijk. Ze is niet mijn project. Ze woont daar al vijftig jaar, kent elke kier en betaalt haar rekening zelf. Comfort betekent voor haar iets anders dan voor mij: warme voeten en niemand over de vloer.
Wat ik wel heb gedaan: haar het nummer gegeven van het energieloket van de gemeente. Veel gemeenten hebben gratis energiecoaches, zoals de vrijwilliger die vorig jaar bij ons langskwam. Wat er in Zwolle precies kan, moet je bij de gemeente zelf vragen. Ze zei ‘misschien na de zomer’, en dat is meer dan ik had verwacht.
Vorige week belde ze. De gang voelt niet meer ‘als een kelder’, zei ze. Het deurgordijn vindt ze prachtig. Over de spouwmuur zei ze niets, en ik ook niet.




