De installateur stond op onze pas opgeruimde zolder en wees naar de lege plek naast de omvormer. ‘Daar past hij precies.’ Twee weken eerder stonden daar nog de box en twee dozen Lego. Nu was er ineens ruimte, en dat voelde bijna als een teken. Bijna.
De offerte kwam een paar dagen later: een thuisbatterij van 5 kWh voor € 3.900, inclusief installatie en tien jaar garantie. In de folder die erbij zat, stond een besparing ‘tot € 500 per jaar’. Dat ‘tot’ deed bij mij meteen een lampje branden. Ik heb dus mijn eigen cijfers erbij gepakt.
Onze uurcijfers
De P1-monitor op de slimme meter bewaart per uur hoeveel we afnemen en terugleveren. Ik heb het afgelopen jaar per seizoen bekeken: hoeveel stroom houden we overdag over, en hoeveel gebruiken we ’s avonds en ’s nachts? Een batterij kan alleen het kleinste van die twee verschuiven.
| Periode | Overschot overdag | Avond en nacht | Wat een batterij verschuift |
|---|---|---|---|
| april t/m augustus | ongeveer 10 kWh per dag | 3 kWh | 3 kWh per dag |
| maart, september, oktober | ongeveer 3 kWh | 4 kWh | 2 kWh per dag |
| november t/m februari | bijna niets | 5 à 6 kWh | alleen slim laden van het net |
Opgeteld kan de batterij zo’n 640 kWh per jaar van de middag naar de avond schuiven. Daar gaat ongeveer 10 procent af aan laad- en ontlaadverlies, dus houd ik ruwweg 580 kWh over. Na het einde van salderen is elke verschoven kilowattuur ongeveer € 0,22 waard: wat we niet hoeven te kopen, min de lage vergoeding die we anders voor teruglevering kregen. Hoe ik aan dat bedrag kom, staat in mijn stuk over salderen.
De rekensom
- Zonnestroom bewaren: 580 × € 0,22 ≈ € 128 per jaar.
- In de winter goedkoop laden en duur ontladen: op ons dynamische contract kan dat, maar het prijsverschil is lang niet elke dag groot. Ik kom op € 40 à € 50 per jaar.
- Samen: ongeveer € 170 per jaar. Dan duurt het meer dan twintig jaar voordat € 3.900 terugverdiend is.
Ik heb het ook zo gunstig mogelijk uitgerekend: elke dag de batterij vol, flink handelen op de dynamische prijs, grotere prijsverschillen dan we tot nu toe zagen. Dan kom ik op ruim € 300 per jaar, en zelfs dan duurt het dertien jaar. De garantie is tien.
Wat er verder meespeelt
De zolder is ’s winters koud en ’s zomers warm, en batterijen houden niet van allebei. Volgens de installateur valt het binnen de grenzen, maar het rendement wordt er niet beter van. Een subsidie voor thuisbatterijen heb ik op het moment van schrijven niet gevonden.
Dan het stroomnet. Een batterij kan het net helpen door op de zonnige middagpiek te laden, maar als iedereen tegelijk gaat laden op het goedkoopste uur, maak je juist een nieuwe piek. Daarover schreef ik in het stuk over netcongestie. Of een batterij in een straat als de onze nou helpt of juist niet, hangt af van hoe hij wordt aangestuurd.
Ons besluit: nu niet. De prijzen van batterijen dalen, en over een paar jaar reken ik het opnieuw door. Tot die tijd is de goedkoopste thuisbatterij die we hebben gewoon de uitgestelde start op de vaatwasser. Jeroen vroeg, zoals altijd, wat het oplevert. ‘Honderdzeventig euro per jaar,’ zei ik, ‘voor een kast van bijna vierduizend.’ Zo snel heeft hij nog nooit ergens nee tegen gezegd.




